DOUBLE DUTCH ONTMAST IN NORMANDIË

2012-06-20 07 Brug open vanaf rechter oeverIn 2012 vertrokken wij, Riet en Siem Poot, op 4 juni met onze Trintella 42 van Hellevoetsluis naar Saint Malo. Onze zoon zou per auto daarheen met zijn gezin komen en terug varen en wij zouden met de auto een aantal kennissen in Bretagne bezoeken. De tocht ging via Blankenberge, Oostende, Duinkerke, Boulogne, Dieppe, Fécamp, Cherbourg en de kanaaleilanden. Weer en wind waren ons niet ongunstig gezind en omdat de controller van de stuurautomaat (autohelm ST 7000) het bij Dieppe begeven had zochten wij een tussenstop tussen Fécamp en Cherbourg. Wij ontmoetten een zeiler uit Zeeland die vertelde dat Ouistreham een goede mogelijkheid was en dat we vandaar via een 15 km lang kanaal naar Caen konden varen. Er waren 3 bruggen in dat kanaal die werden geopend door een over de wal meereizende bruggenwachter, vertelde hij. In de jachthaven na de sluis dus even informeren hoe laat we zouden moeten vertrekken.

We waren voor op ons vaarschema, dus waarom ook niet. Riet zou 3 dagen later jarig zijn zodat we in Caen haar verjaardag zouden kunnen vieren. Het liep anders. Aan het wachtponton voor de sluis bij Ouistreham vertelde een Franse zeiler dat de bruggen sedert 2 maanden op afstand bediend werden, maar voor de pleziervaart alleen open gingen volgens het oude openingsschema. Het beste zou zijn tot 16.00 uur te wachten in de jachthaven en dan naar de eerste brug te varen op plusminus 5 km van Ouistreham. Door het kanaal varen ook zeeschepen en het is ongeveer 100 m breed. We vertrokken iets later en zagen na een bocht in het kanaal de brug. Vlakbij de brug lag aan de wal al een zeilboot te wachten. Ik verhoogde de snelheid  tegen de zin van Riet die bang was voor de motor. Enige tijd later hoorden we de bellen van de slagbomen en even later ging de brug open. 

2012-06-20 01 Pegasusbrug2012-06-20 21 Bewaking brugDe wachtende zeilboot maakte zich los van de wal en passeerde de brug. Omdat de brugwachter even op ons zou moeten wachten keek ik naar de brug of ik hem zag bewegen.  Het regende, ik zag geen lichten maar meende dat de brug toch iets lager stond dan daarvoor. Ik keek nogmaals naar het draaimechanisme maar zag dat niet bewegen. Hij heeft mij in tweede instantie dus gezien, dacht ik, en ging op volle snelheid door waarbij ik mij concentreerde op de doorvaart langs het rechter bruggehoofd. Vlakbij gekomen keek Riet omhoog en riep: “hij is gezakt, je haalt het niet”. Ik weet nog dat ik dacht: “dat lijkt altijd zo als je vlak voor een brug omhoog kijkt”, maar Riet had gelijk. We raakten de brug met de mast. De voorkant van de boot kwam omhoog, vervolgens brak de voorstag en werd de verankering van de kotterstag uit het dek getrokken, de voorwanten braken en de mast viel achterover naast mij op de hekstoel aan bakboord. Met de val bleef de verstaging achter de radar hangen en trok die omver. Het vaste windscherm en de beugels van de kuiptent werden door het gewicht van de mast platgedrukt. Zelf stond ik min of meer passief achter het stuurwiel maar was door niets geraakt. Riet stond in de kuip aan stuurboord en voelde dat de beugels van de buiskap haar hoofd raakten. Ze was daardoor niet gewond. Dank zij onze vaarsnelheid kwamen wij met gevallen mast onder de brug door en daar beseften we pas goed wat er gebeurd was.

Vlakbij het bruggenhoofd was er een betonconstructie waar we afmeerden in afwachting van de autoriteiten. Die waren er redelijk snel omdat de brugbediening gevestigd bleek in het gebouw van de sluisbediening. De brugwachter verklaarde later dat hij alleen het wachtende zeilschip had gezien en ons niet had zien aankomen, maar dat hij ons wel met gevallen mast had gezien toen wij onder de neergaande brug uitkwamen. Hij had daar direct melding van gemaakt en ook de reddingsboot gewaarschuwd die toevallig aan het oefenen was.  Wat volgt is het verhaal vertellen aan de autoriteiten, papieren laten zien in de regen (men wilde niet aan boord komen). Vervolgens met de bemanning van de reddingsboot de mast zekeren en langszij van de reddingsboot (we hadden ook op eigen kracht kunnen varen) terug richting Ouistreham naar de kade van een jachtwerf.

2012-06-13 02  ravage op dek2012-06-12 16 Gevallen mast op kuiptentDe chef van de jachtwerf vertelde ons dat hij wel met zijn kraan de mast van het schip kon halen, maar dat we verder, in de zin van reparatie, niet te veel van hem konden verwachten omdat herstel van een dergelijke schade niet zijn specialisme was en hij ook geen tijd had met het oog op drukke werkzaamheden voor de op handen zijnde vakantie van zijn klanten. De volgende dag hebben wij alle verbindingen tussen mast en schip los gemaakt en is de mast met zeilen en al op schragen op de wal gezet. ’s Avonds heb ik de beugels van buiskap weer enigszins in vorm gebogen waarbij ik ze klem kon zetten tussen de banden en het frame van de kraan die op de kade stond. Ook het aluminiumprofiel van de vaste buiskap was weer in redelijke vorm te krijgen.De volgende dagen heeft Riet zich bezig gehouden met het ontmantelen van de mast en ik met het vaarklaar maken voor de terugreis op de motor.  

2012-06-12 13 Schade radar mast en AIS-antennesHet bleek dat de mast ter plaatse van de aangrijpingspunten van de onderwanten krom was geworden en ik stelde de verzekering voor de mast door te zagen en als deklast mee terug te nemen. Ik ging er vanuit dat we die toestemming zouden krijgen en bedacht een plan om met behulp van een aantal multiplexplaten van 20 mm dik, schroeven, afdichtingband en een decoupeerzaag het voordek waterdicht te maken en een aantal steunen te fabriceren ter ondersteuning van de masthelften.Op een paar bokken op de kade heb ik al het zaagwerk gedaan en Riet heeft veel energie in het schroefwerk gestoken. Toen het constructie werk klaar was en er stevig doorzichtig folie voor het gebroken glas van het vaste buisscherm was aangebracht, de beugel op de radarmast weer was rechtgezet en van een marifoonantenne en stoomlicht was voorzien, hadden we nog geen toestemming voor het doorzagen van de mast. Een extra email mocht niet baten. Dus gingen we eerst maar een stukje proefvaren en afscheid nemen van de brug.

De proefvaart bleek niet voor niets te zijn geweest. Gezien de vele motoruren die ons wachten had ik de impeller van het koelwatercircuit vervangen, maar nu bleek de afdichting te lekken. Na volledige demontage bleek de as ter plaatse van de afdichting beschadigd. Waarschijnlijk ooit te lang drooggelopen. Gelukkig was er een Volvo Penta-dealer aan de overkant van het kanaal, maar die moest de benodigde onderdelen bestellen. Na het weekend zouden ze aankomen.

Van de jachtwerf waar wij voor de kade lagen mochten we dat weekend een auto gebruiken en zo hebben een week eerder dan gepland onze kennissen in Laignelet toch bezocht. ’s Maandags de verzekering gemaild maar geen antwoord. Dinsdag waren de onderdelen van de waterpomp door de dealer in elkaar gezet en door mij gemonteerd en waren wij gereed voor vertrek. Dat opnieuw aan de verzekering gemaild met de vermelding dat de werf de mast tegen vergoeding wilde opslaan tot de verzekering hem zou komen halen. Eindelijk kregen we toestemming om de mast door te zagen, maar nu had de reparatiewerf eerst donderdagmorgen tijd. We hadden inmiddels wat kennissen opgedaan waaronder de commandant van de lokale reddingsbrigade. Hij was ook verantwoordelijk was voor de de afhandeling van de zeescheepvaart op het kanaal.’s Avonds kwam hij met zijn vrouw, en de gebruikelijke fles wijn, afscheid van ons nemen.

Vroeger namen wij op zeilvakanties altijd sigaren mee waarmee je bij menig havenmeester een goede relatie kon opbouwen. Tegenwoordig kom je bijna in elke haven alleen maar mensen achter een computer tegen en geen havenmeester, maar als je soms wat meer nodig hebt dan alleen een kaartje voor een ligplaats en de douche en dan goed geholpen wordt, verbeteren wij de relatie tegenwoordig met een kruik jenever. Ons gedwongen verblijf van bijna 2 weken voor de kade van de werf “Nauti-plaisance” hebben dank zij de goede menselijke kontakten toch als plezierig ervaren. Met een paar kruiken jenever minder, maar met een paar flessen wijn meer vertrokken wij op donderdag op de motor met twee halve masten als deklast richting Nederland.

Een zeilschip zonder mast gedraagt zich op zee heel anders dan met mast. Daar kwamen we gauw achter en wij besloten alleen te varen als er weinig golven waren. De wind was ons redelijk gunstig gezind en aflandig. Onder de kust is het dan prettig varen. Bij weinig wind is de kans op mist aanwezig. Uit Dieppe vertrokken we rond 10.30 uur met beperkt zicht. Het zal wel optrekken. Zonder radar maar met Ais en elektronische kaarten. Toch was het spannend, vooral toen we volgens de elektronische kaart keurig aan de stuurboordkant van het midden tussen de pieren voeren en alleen  de pier aan stuurboord zagen. Toen we in de box lagen kwam er een zeilboot binnen die dezelfde pier aan zijn bakboordzijde had gezien maar nog net op tijd door een ander was gewaarschuwd.

Verder waren er geen bijzonderheden en zo waren we na een week weer terug in Hellevoetsluis.
Onderweg bleek dat wij de schade optisch blijkbaar zo goed hersteld en verborgen onder het luik op het voordek dat wij diverse keren de vraag gesteld kregen of wij onderweg waren door de kanalen van of naar de Middellandse zee en hoe we daarna de mastdelen weer aan elkaar zouden zetten. Zelfs toen wij al 3 weken in de thuishaven lagen waren er mensen die niet door hadden dat er zoveel schade was.

Riet en Siem Poot

 

 

Volg ons via

Volg ons via Facebook en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

  Facebook