WEERTJE VOOR BARBECUE

Op de Grevelingen gingen wij voor anker in de luwte van de Archipel met een waterdiepte van 3,5 m. Zon, weinig wind en ongeveer 10 m ketting met schalmdiameter 8 mm. Laten we gaan barbecueën. Houten plateautje achterin de kuip om de barbecue op te zetten met wat oude doeken rondom om wegspattende vetdruppels niet op het teak te laten landen. Langs de kust verandert in de loop van de middag de wind vaak van richting, zo ook nu. De wind viel helemaal weg en na een poosje kwam hij uit een andere hoek. We lagen nu niet meer in de luwte van de archipel, maar achter de buiskap was het luw in de kuip en met de zon van achteren was het uiterst aangenaam. Een gekoeld wijntje deed ons na de barbecue in slaap dommelen.

 ANKER LOS?

Mijn vrouw werd wakker door lawaai van het schuren van de ankerketting op de boegrol. Het was inmiddels flink gaan waaien en we lagen volop in de wind. De ankerketting stond strak en af en toe rukte de boot flink aan de ketting. Plots een ruk en de kop van de boot dreef weg. Anker houdt niet of de ketting is gebroken riep ik. Mijn vrouw startte de motor en ik haalde de ankerketting binnen.  Inderdaad, de ketting, er zat geen anker meer aan het eind.

 Op de motor naar Den Osse gevaren. We hadden de navigatiecomputer tijdens de barbecue aan laten staan en we konden aan de kade vrij exact de positie van het anker vastleggen en nadenken hoe we het anker weer boven zouden kunnen krijgen. Een duiker bellen, zei de havenmeester, maar dat vonden we wat al te gemakkelijk. In 3,5 m diep water zonder modder op de bodem zouden we toch eerst zelf een poging moeten wagen.

 Eigen zoekactie

Nadat het reserveanker was gemonteerd en een klein parapluankertje was gekocht om te dreggen zeilden we de volgende dag naar de plek des onheils. Daar geankerd en de rubberboot overboord gezet. Ik roeiend en mijn vrouw met duikbril en snorkel over de rand hangend probeerden we het anker visueel te lokaliseren. Ondanks het zonnige weer had de harde wind van gisteren toch zoveel fijn materiaal in beroering gebracht dat de bodem niet zichtbaar was. Bovendien was het weer harder gaan waaien waardoor tegen de wind in roeien ook nauwelijks meer mogelijk was. Vervolgens met het parapluankertje als dreg aan een lijn, met de buitenboordmotor aan, zigzaggend proberen of misschien het deel van de ankerketting dat nog aan het anker zat op te vissen was. Onze dreg raakte wel iets, maar haakte nergens aan vast. De pogingen gestopt en de rest van de dag zeilend doorgebracht en overnacht in de binnenhaven van Brouwershaven.

 

De volgende dag was het lekker zeilweer, maar op een gegeven moment viel de wind bijna geheel weg. Op de motor weer naar de bewuste lokatie. Nu roeide ik met de bijboot naar en bovenwindse plek en liet de boot dan met de weinige wind die er was afdrijven terwijl ik met duikbril en snorkel overboord de nu zichtbare bodem afspeurde. Het parapluanker  had ik met een 4 m lijntje aan een kleine stootwil gebonden en tijdens het afdrijven hield ik het net boven de bodem. Plotseling zag ik het anker onder mij en liet meteen het ankertje los. De plaats was nu ook met een boei gemarkeerd.

Pikhaken, keitjes, lijntjes

Met twee aan elkaar gebonden pikhaken hebben we geprobeerd het zichtbare oog en stang tussen de ploegschaarbladen voorop het anker aan te haken. Haalde je de pikhaken naar links, dan ging de rubberboot naar rechts. Dat gaat niet lukken. Vervolgens aan de oever een grote kei gezocht en daar een lijntje aan gebonden met aan het andere eind weer een stootwilletje. Daarmee het anker gemarkeerd om vervolgens met het kleine parapluanker te proberen vast te haken. Toen ik het wilde ophalen bleek het echter al te blijven haken. Aan het dunne lijntje dat aan het ankertje zat durfde ik niet al te hard te trekken. Met de aan elkaar gemaakte pikhaken hebben we een lus in een soepele sterke lijn om de steel van ankertje weten te krijgen die na aantrekken na een paar pogingen achter het verdikte uiteinde van de steel bleef zitten. Ik kon trekken wat ik wilde, maar er was geen beweging in het verloren anker te krijgen. Toen na enige pogingen het kleine ankertje plotseling losliet hebben we eerst nog geprobeerd een zinkende ankerlijn om het op de bodem liggende anker te krijgen en toen ook dat niet lukte hebben we de pogingen opgegeven.

 Duiker ingeschakeld

´s Avonds in Brouwershaven liep een man met twee honden over de kade waarmee we een praatje maakten. Hij vertelde duiker te zijn en beloofde met leerlingen van de duikschool in een oefening het anker te lichten. Ik gaf hem de coördinaten en mijn telefoonnummer met de mededeling dat de plaats gemarkeerd was met een boeitje aan een grote steen. De volgende ochtend moesten wij vroeg vertrekken vanwege afspraken thuis maar we kregen de volgende dag echter geen telefoontje en ik had helaas noch zijn naam, noch zijn telefoonnummer genoteerd.

 

Riet ging dus bellen naar duikscholen in de omgeving. Ach mevrouw, een anker verliezen in de Grevelingen is hetzelfde als uw portemonnee verliezen in de Kalverstraat. U krijgt hem nooit meer terug. Zo gauw geven wij het echter niet op. Bovendien was het een origineel CQR ploegschaaranker van 40 pond en zo’n anker kost minimaal € 550,- . Een duiker van de duikschool uit Scharrendijke was bereid voor een zeer redelijk bedrag ( € 75,- voor 1,5 uur uit en thuis) met ons mee te gaan. De week daarna afgesproken en wij weer van Hellevoetsluis met de boot naar de Grevelingen.

Dan maar een professionele duiker

Dat is voor ons niet zo´n snelle reis want we moeten door 4 sluizen plus de Haringvlietbrug. Bij de Volkerak en Krammersluizen zijn we te hoog voor de vaste bruggen en dus moeten we door de beroepssluizen met de beweegbare bruggen. Net als de Haringvlietbrug draaien die niet in de spitstijd. Al met al lig je wel een poosje aan de diverse remmingwerken voor je ter plaatse bent.

Op de afgesproken tijd kwam de duiker met een vriend bij ons aan boord en we voeren naar de locatie waar het anker moest liggen. De boei was er niet meer en we vreesden dat ook het anker verdwenen zou zijn. We ankerden, de duiker trok zijn duikpak aan, vroeg waar hij moest zoeken ( aan bakboord, dacht ik) en dook onder. Ik ging intussen de ankerpositie in kaart brengen en kwam tot de conclusie dat achter de boot gezocht moest worden. De duiker veranderde van zoekgebied. Hij kon op de bodem 2 m naar links en naar rechts kijken en gaf zijn vriend de instructie  een lijn van 20 m te nemen. Dan zou hij met het ander eind in zijn hand een halve cirkel zwemmen. Zijn vriend moest aan het einde van die halve cirkel een rukje aan de lijn geven en de lijn 2 meter innemen. Hij zou dan de halve cirkel terug zwemmen  enz. tot de laatste meter lijn. Op 5 m achter de boot kwam hij boven met de mededeling dat hij hem had. Hij had een stuk ketting gezien dat dwars over de steel bleek te liggen. Het anker zelf was niet meer te zien. Hij dook weer onder en kwam boven met de mededeling dat hij met zijn voeten op de grond het anker had kunnen uitbreken. Ik gaf hem een lijn met een harp aan het eind die hij aan het anker kon bevestigen. Dat gebeurde en ik kon met de hand het anker naar boven trekken. Er zat drie meter ketting aan.

 Later in de haven hebben we het reserve anker weer vervangen door het opgedoken anker aan de nu 3 m korter geworden ankerketting.

 In de eigen haven hoorden we later van de buurman dat op het Haringvliet een motorboot ook zijn anker was verloren door het breken van een 8 mm ketting. De volgende dag heeft een duiker tevergeefs gezocht.

 

Wat leren we nu van het gebeuren?

Vroeger namen we ons de moeite om bij het ankeren met een ankerbol de ankerplaats te markeren. Met een dunne lijn van de ankerboei via het oog voorop het anker naar de boot. Door de lijn aan te trekken of te vieren konden we op getijdenwater de bol zo recht mogelijk boven het anker houden.

neuringlijn

 

Dat zou nu geen oplossing zijn geweest want bij het breken van de ketting waaide de kop direct weg en het lijntje zou gebroken zijn voordat we de boot op de motor in de buurt van het anker hadden kunnen houden.

 

Wij hebben aan boord een ankerbolletje met een stevige lijntje van 1 m lengte die met een harpsluiting aan het oog voorop het anker kan worden bevestigd. Als we dat gebruikt zouden hebben dan hadden wij of de duiker niet hoeven zoeken. Ook in meer modderige bodem zou het bolletje nog boven de modder hebben uitgestoken. Met een sterke lijn tussen anker en ankerboei met een lengte die een meter meer is dan de geschatte waterdiepte blijft het bolletje boven water. Breekt de ketting, of haakt het anker achter iets waardoor het niet met de ketting opgetrokken kan worden, dan kan met die lijn het anker over de boegrol en de ankerlier losgetrokken en opgehaald of worden.

 

Ankeren op getijdenwater.

In een baai aan de zuidkust van Engeland is het tijverschil 3 m en in een baai van de kanaaleilanden moet je met heel wat meer rekening houden. Bij laag water ligt het boeitje dan zeker niet boven het anker.

De oplossing.

In de Waterkampioen van september 2018 vond ik de oplossing in de vorm van een “AnchorRoll” met daarin een zelfopwindende neuringlijn van 12 m lengte. Je hangt de ankerrol met klittenband aan de preekstoel en haakt de neuringlijn aan het oog voorop het anker en laat het anker vallen. Vervolgens gooi je de ankerrol in het water en de lijn windt zich zover op dat de rol ongeveer boven het anker ligt. Met rijzend of dalend water past de lijnlengte zich automatisch aan. Breekt de ankerketting dan blijft de ankerrol keurig boven het anker liggen. Het anker vervolgens lostrekken en ophalen zal waarschijnlijk niet lukken. De neuringlijn is een Dyneema-lijntje van 1,5 mm met een draagkracht van 230 kg.

 ankerboeiankerrol

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op internet vond ik een vergelijkbare ankerboei, maar nu met een oprolbare band van 20 m lengte  en een draagkracht van 500 Kg. Dat moet toch voldoende zijn om het anker lost te trekken en op te halen.

 

Beide ankerboeien met een automatisch oprollende neuringlijn zijn verkrijgbaar bij Watersportdirect.com tegen de aldaar genoemde prijzen van € 235,-- resp. € 299,--.

 

Kans op breken van ankerketting verkleinen.

Om te voorkomen dat een ketting breekt moet er meer ketting gegeven worden als de windsterkte toeneemt.

Daarover is een anekdote. Op het examen voor het groot vaarbewijs vroeg de examinator aan een deelnemer:

-       je ligt voor anker en het gaat harder waaien, wat doe je dan?

-       dan geef ik meer ketting.

-       het gaat nog harder waaien

-       dan geef ik nog meer ketting

-       en weer gaat het harder waaien

-       dan geef ik opnieuw meer ketting

-       waar haal je al die ketting vandaan?

-       uit diezelfde zak waaruit u al die wind haalt.

 

We kunnen ook eens naar de kwaliteit van het kettingmateriaal kijken als we een nieuwe ketting kopen. Kopen we een ketting met alleen de mededeling dat hij 6 of 8 of 10 mm moet zijn met een bepaalde lengte dan krijgen we waarschijnlijk de laagste handelskwaliteit grade 30. Er zijn echter ook betere kwaliteiten te verkrijgen.

 

Onderstaande tabel geeft voor een 8 mm ketting de verschillende waarden:

 grade 30  -  werklast   800 kg  -  breeklast  3200 kg

 grade 40  -  werklast  1000 kg  -  breeklast  4000 kg

 grade 70  -  werklast  1400 kg  -  breeklast  7000 kg

 

Siem Poot snr.