werf oud 02De Trintels en Trintella's zijn gebouwd op de Jachtwerf Anne Wever in 's-Hertogenbosch. Anne was daar aanvankelijk havenmeester van Jachthaven De Viking en begon in 1953 met de bouw van enkele schepen. Van zijn vader, die schipper was geweest op het grote zeiljacht Iduna, had hij meegekregen dat de afwerking van schepen essentieel was. Dit werd door Anne tot in de perfectie nagestreefd en zijn reputatie groeide. Toen hij via de dochter van E.G. van de Stadt, die ook in Den Bosch woonde, in contact kwam met de ontwerper zelf, vroeg deze hem of hij voor de export naar de VS Lightnings kon bouwen. Anne aanvaardde de opdracht en zo startte de samenwerking tussen Anne en de beroemde ontwerper. Al snel groeide de werkzaamheden en begon Anne ook andere schepen te bouwen zoals Juno's, Pluisjes, Delta's en Junior Holidays.

In 1959 liep de verkoop naar de VS terug en vroeg hij aan Van de Stadt of deze een eigen ontwerp voor hem kon maken. Dit werd de Trintel I, genoemd naar een zandbank in het IJsselmeer. De naam "Breezand" was ook overwogen, maar die was afgevallen omdat hij internationaal niet zo lekker 'bekte'. Wat een vooruitziende blik!  De rompen liet Anne bij andere werven bouwen, o.a. bij Dekker in Amsterdam. Op de Hiswa had Anne 2 geduchte concurrenten; Marken en Trewes, maar hij verkocht 6 schepen en zij 2, ofschoon de Trintel duurder was. De afwerking gaf de doorslag. werf oud 03

In 1959 was Tyler in Engeland begonnen met de bouw van polyester jachten. Eerst voor zichzelf de Glasslipper en later ook de Pionier. Beide ontwerpen van Van de Stadt. Anne Wever zag ook veel in de seriebouwmogelijkheden van een polyester schip en hij vroeg Van de Stadt een polyester versie van de Trintel I te ontwerpen. Dit werd de Trintella I. De rompen werden gemaakt in Engeland bij Tyler Mouldings Ltd., omdat Anne de productie van polyester rompen niet op zijn werf wilde hebben. De jachtwerf in Den Bosch, bleef doen waar het goed in was: afwerking. Omdat de Trintella wel een echt schip moest blijven, voorzag Anne de Trintella I van een houten kajuitopbouw. Van de Stadt verklaarde hem voor gek, maar de Trintella's I en Ia werden Anne's succesvolste schepen, in totaal zijn er 260 van gebouwd.

 Het volgende schip was de Trintella II, van 9,50 m., ook met een houten kajuitopbouw. De rompen werden wederom bij Tyler geproduceerd, maar tot Anne's ontsteltenis bleek Tyler ze ook zelf op de markt te brengen met een polyester kajuit als Harmony 32. Anne heeft toen Van de Stadt op een beurs bij de arm genomen en gezegd dat hij dit moest goedmaken met een nieuw ontwerp. Dit werd de Trintella 2a, van 10 m.
werf oud 01Na de Trintella 2a kwam de vraag naar grotere toerschepen met minder onderhoud. Dit werden de Trintella III, gebouwd bij Polymarin in Amsterdam en de Trintella IIIa, gebouwd bij Tyler. Na de Trintella IV en de Trintella V werd Anne ingefluisterd dat hij iets aan de snelheid van zijn schepen moest doen. Van de Stadt ontwierp de Trintella 38, maar de snelheid was minder dan verwacht. Direct daarna werd de 44 ontworpen en begin jaren 80 de echt snelle Trintella 42. Toen Dieter Sieger zo'n schip kwam bestellen, vroeg hij of hij niet zelf een ontwerp van het interieur mocht maken, hij was zelf interieurontwerper. Dat mocht en hij kwam met opvallende ronde vormen. Doordat ook wasbakjes e.d. rond gefabriceerd moesten worden, kwam hij in contact met de Allpa fabriek. Sieger is daardoor wereldberoemd geworden.

In 1980 kwam er een moeilijke tijd. Het economisch tij was slecht en de orderportefeuille raakte leeg. Anne moest 40 man ontslaan maar kon een deel daarvan in hetzelfde jaar weer aannemen. In die tijd liet Anne ook een enquête houden naar wensen van (toekomstige) booteigenaren. De conclusie was dat er behoefte was aan een schip met een doghouse. Als bouwmateriaal gaf de markt de voorkeur aan aluminium boven polyester. De reden hiervan was gelegen in de eerste verhalen over osmose bij polyester schepen. De enquête gaf de aanleiding tot het ontwerpen van de Trintella 44a, ook ontworpen door Van de Stadt. Zelfs de export naar de VS kwam weer op gang en de werf bloeide weer. In de tweede helft van de jaren 80 verkocht Anne de werf en werd de naam Trintella Shipyards. Inmiddels is de werf weer verkocht en is de thuisbasis Engeland..