Werfhistorie Jachtwerf Anne Wever 

  later Trintella Shipyard B.V.

 

 

De Trintels en Trintella's zijn gebouwd op de Jachtwerf Anne Wever in 's-Hertogenbosch. Anne was daar aanvankelijk havenmeester van jachthaven en W.S.V. ‘Viking’ en begon in 1952 met de bouw van enkele schepen. Van zijn vader had hij geleerd dat de afwerking van schepen essentieel was. Dit streefde Anne tot in de perfectie na en zijn reputatie groeide. In zijn netwerk kwam hij al snel in contact met Ricus van de Stadt, de bekende jachtarchitect. Deze vroeg hem of hij voor de export naar de VS Lightnings kon bouwen. Anne aanvaardde de opdracht en zo startte de samenwerking tussen Anne en de beroemde ontwerper. Door de democratisering van de Nederlandse watersportmarkt in het midden van de vijftiger jaren begon de vraag naar kleine kajuitzeilboten te groeien. Anne speelde daarop in met kant en klare houten kajuitzeilboten, maar ook in bouwpakket voor de doe-het-zelver. De werf leverde vele Juno's, Pluisjes, Delta's en Junior Holidays.

 Junior jachten in aanbouw

                                                                                       Junior jachten in aanbouw

In 1959 liep de verkoop naar de VS terug en vroeg Anne aan Van de Stadt of deze een eigen ontwerp voor hem kon maken. Dit werd de stalen Trintel I, genoemd naar een zandbank in het IJsselmeer. De rompen liet Anne bij andere werven bouwen, o.a. bij Dekker in Amsterdam. Op de HISWA-tentoonstelling eind jaren vijftig waren Marken en Trewes twee grote concurrenten. Hoewel de Trintel duurder was verkocht Anne zes schepen en de concurrente slechts twee. De degelijke afwerking gaf de doorslag voor de klanten om voor de Trintel te kiezen. 

Stalen botenbouw in grotere series was een kostbare zaak. De eerste toepassing van polyester in de botenbouw deed zijn intrede in het begin van de zestiger jaren. Via ontwerper Van de Stadt kwam de werf in contact met Tyler in Engeland die op grote schaal bezig was polyester rompen te bouwen voor afbouwwerven. Anne vroeg Van de Stadt een polyester versie van de Trintel I te ontwerpen. Dit werd de Trintella I. De rompen voor de eerste en nieuwe generatie Trintella’s kwamen van Tyler Mouldings Ltd. De jachtwerf in Den Bosch bleef doen waar het goed in was: het luxe en degelijk intimmeren van de interieurs met gebruik van de beste materialen. Anne introduceerde de Trintella met dezelfde mahoniehouten opbouw als de Trintel, waarmee deze boten hun traditionele uitstraling bleven behouden. De Trintella's I en Ia werden Anne’s meest succesvolle modellen, in totaal zijn er ruim 260 van gebouwd.

 Trintellas in afbouw

                                                                      Trintella's I en II tijdens de afbouw.

Het volgende model in de ontwikkeling van deze serie was de Trintella II, met een lengte van 9.50 m., ook met een houten kajuitopbouw. De rompen werden wederom bij Tyler geproduceerd. Tot Anne's ontsteltenis bleek Tyler de rompen ook aan andere Engelse afbouwwerven te verkopen. Zodoende kreeg de werf concurrentie uit onverwachte hoek. Van de Stadt had in deze situatie een rol gespeeld en is Anne tegemoet gekomen met een nieuw ontwerp. Dit werd de Trintella lla, met een verlengde en rankere rompvorm. 
Na de Trintella lla kwam de vraag naar grotere en meer zeewaardige toerjachten. Dit werden de zogenaamde middenkuipers (Centre Cockpit). De serie startte met de Trintella III, gevolgd door de llla, lV en V, de karakteristieke modellen met een campagnedek. De rompen werden bijna exclusief door Tyler geleverd. De tachtiger jaren vroeg echter om een moderner en strakker ontwerp. Van de Stadt tekende de Flush Deck serie (model 38 -53).  In antwoord op de vraag uit de markt naar een sneller ontwerp, werd de Trintella 42 gelanceerd. Dit model werd in 1980 op de HISWA geïntroduceerd. De Duitser Dieter Sieger bestelde een 42 en vroeg of hij zelf een ontwerp voor het interieur mocht maken. Hij kwam met opvallende ronde vormen. Het bijzondere interieur stond later model voor vele Trintella 42 jachten.

 BN 1000 1978

                                                                                       Bouwnummer 1000

 

In 1978 werd een Trintella 44 met Bouwnummer 1000 afgeleverd. Dit was reden voor feest. Men wist toen nog niet dat een paar jaar later in 1980 een recessieperiode zou aanbreken die de markt voor luxe toerjachten hard zou raken. De orderportefeuille raakte leeg. Anne moest 40 man ontslaan maar kon een deel daarvan in hetzelfde jaar gelukkig weer aannemen. De werf stond op een keerpunt en moest zich resetten. Een marktonderzoek bood uitkomst. De conclusie van dit onderzoek was dat er behoefte was aan een schip met een doghouse. Als bouwmateriaal gaf de markt de voorkeur aan aluminium boven polyester. De reden hiervan waren de eerste verhalen in de markt over osmose bij polyester schepen. De enquête gaf de aanleiding tot de Trintella 44A. Met de aluminium A serie kwam de export naar de VS weer op gang en de werf bloeide weer.

In het midden van de jaren 80 ging Anne Wever zich serieuzer met zijn opvolging bezighouden. Dat was geen makkelijke periode. In 1987 neemt dhr. van Eijnsbergen de werf over en breekt er definitief een periode aan met een andere visie op de bouw en verkoop van luxe zeiljachten. Er worden andere jacht-architecten binnen gehaald om snellere ontwerpen te bouwen. Een ontwerp van P. Behage, de Trintella 448S bleef uiteindelijk bij een one-off. Er werd besloten de A serie verder naar boven uit te breiden met de realisatie van een 75-voeter in 1993. Het is de grootste ooit gebouwde Trintella. Het hoge segment van de luxe internationale jachtenbouw bleek zo risicovol dat dit de werf de das om deed. In juli 1993 werd het faillissement aangevraagd.

 Binnen drie maanden wist de werf een doorstart te maken. De Ierse industrieel Les Auchincloss had een paar jaar eerder een 57A gekocht en kende het vakmanschap en de kwaliteit van de werf. Met de ontwerpen van de A serie in het achterhoofd liet hij de bekende jachtarchitect Ron Holland een aangepaste modellenlijn tekenen. De Trintella C serie was een feit en werd niet meer in aluminium maar in de moderne composiet gebouwd. Hiermee wilde de werf een nieuwe doelgroep in de VS aanspreken. Er zijn ruim 10 boten uit de Trintella C serie gerealiseerd. De werf bleef problemen houden om een degelijke en duurzame koers te varen. Na enkele verliesgevende projecten viel het doek voor Trintella Shipyard B.V. definitief in december 2002.

1.56. teakdek

                                                                          Trintella C serie jachten tijdens de afbouw.

Begin 2003 toonde de Engelse werf Hamble Yacht Service (HYS) interesse om een aantal projecten van de voormalige werf af te bouwen en het merkrecht over te nemen. Bij de overname van HYS door een andere werf verdween het merk Trintella verder van de radar.

Nadat het merkrecht nog jaren in Italiaanse handen is geweest kwam het in 2017 weer terug bij een Nederlandse werf, met de bedoeling weer mooie exclusieve zeiljachten te bouwen naar Anne Wever zijn signatuur. De cirkel voor het merk Trintella is rond.

 

NB: Een uitgebreide geschiedenis van de werf en haar ontwikkelingen is te vinden in het jubileum boek: Trintella Yachts – Hollands Glorie uit Brabant. Te bestellen via de TVK Shop op de website.

NB: Een biografie van de grondlegger Dhr. Anne Wever is te vinden op: trintella.org/vereniging/biografie Anne Wever

 

Overzicht van beschikbare documenten omtrent de Anne Wever Jachtwerf en de Trintella Shipyard.

 

Volg ons via

Volg ons via Facebook en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

 Facebook