astrid Alle Engelsen die we onderweg vroegen naar de Scilly-eilanden roemden de eilanden. Een idyllische plek zou het zijn. Mòet je zien, zeiden de motorjachtvaarders die we spraken in Little Hampton en van wie we zelfs brochures kregen. Maar de Scilly’s zijn omgeven door de oceaan. En er is geen marina, alleen meerboeien en ankerplekken. Je hebt er beslist rustig weer nodig. Zijn die Scilly’s een realistisch reisdoel?

Foute winden

Eindelijk was in 2015 ook Astrid gestopt met werken, en konden we de gedroomde lange zeilreis met onze Trintella IIa gaan maken. We hadden Het Kanaal nooit verder bezeild dan Poole aan de Engelse en Fécamp aan de Franse kant. In Fécamp lagen we ooit dagenlang verwaaid tot... het tijd was om terug te keren naar de verplichtingen thuis.  

Ook op de reis in 2015 speelden de westelijke winden ons parten: wachten in Dover, wachten in Brighton, wachten in Yarmouth. Steeds weer die wind die te hard pal uit de richting blies waarheen we wilden gaan. Stuk voor stuk leuke plaatsen, dat wel, dus we vermaakten ons goed.  

jacht

Dat vermaak bestaat ook uit de contacten met andere zeilers. In Brighton spreek ik John, met zijn zelfgebouwde stalen jachtje, dat een luik heeft, waardoor het haast een onderzeeër lijkt. Handig als je, zoals hij deed, IJsland bezeilt. Zijn jacht was eigenlijk te stijf, vertelt hij. Ik leer van hem dat daardoor de zeilen harder slijten. Logisch eigenlijk.

Een Engelsman in Yarmouth, op Wight, raadde ons aan om, vanwege de tegenstaande winden, eerst naar het kanaaleiland Alderney te zeilen en vandaar terug over te steken naar Dartmouth. Dan hoef je de Lyme Bay niet te bevaren, was zijn redenering, want dat is een traject dat pal in zuidwestelijke richting voert. Op Alderney moet je dan wachten op een noordwestelijke wind, wil je Dartmouth kunnen bezeilen. Maar dan wacht je vast niet lang.

We ervaren dat het weer in Het Kanaal een cyclisch patroon heeft. Dat klopt met de bewering van Clemens Kok in zijn onvolprezen pilot over Het Kanaal: een paar dagen rust door een passerende rug van hoge druk, en dan weer storingen met stevige westelijke winden.  

Old Harry

Vanuit Yarmouth zeilen we met spetterend buiswater bij 5 Bf aan de wind naar Old Harry, de kaap bij Studland Bay. Daar ankeren we een nacht in de luwte van de kliffen. De dag erop is de wind rustiger en is het net bezeild tot aan Portland, met zijn gigantische marinehaven. Liever dan de luxe marina daar pikken we een gratis meerboei op. De volgende dag toch maar de oversteek van de Lyme Bay gewaagd. De nog steeds westelijke wind is verder ingezakt, dus het wordt een lange dag motorzeilen, tot Dartmouth. Eindelijk een plek waar we niet eerder zijn geweest per boot.  

Dartmouth

In Dartmouth zijn er wel drie marina’s. Ze liggen in de rivier en we kiezen degene die wat verder stroomopwaarts ligt. Dartmouth is mooi èn wonderlijk. Er is een station zonder trein: een naburige landeigenaar weigerde ooit de aanleg van het spoor over zijn bezit. Aan de overkant van de rivier de Dart, vanuit het plaatsje Kingswear loopt wel een trein, een fantastische ouderwetse stoomtrein. Op de rit naar Paignton aan de Torbay maakt hij een tussenstop in Greenway, de voormalige residentie van de welbekende schrijfster Agatha Christie. Mannelijke toeristen verdringen zich in bewondering rond de locomotief als die met steenkool en water wordt bijgevuld.

Na Dartmouth varen we verder en doen het fraaie plaatsje Salcombe aan en daarna de stad Plymouth. Dan volgt Fowey, in Cornwall, waar we in de riviermond liggen te rollen aan de meerboei, want de zuidwestelijke wind slaagt erin ons zelfs binnengaats bezig te houden..

We geloven zo onderhand niet meer dat de westelijke winden zich voor een kleine week zullen koest houden. Want dat heb je nodig om de Scilly-eilanden per jacht te kunnen bezoeken: een dag of vijf van rustig, stabiel weer. Maar anders dan in Nederland zit een kalme weersperiode er niet in, denken we. En al helemaal geen hitte; niet meer dan 22 graden werd het in deze Engelse zomer. We moeten tot onze spijt de droom van de baaien en stranden van de Scilly-eilanden vergeten.  

Alderney

We keren terug langs de Engelse kust en bezoeken de prachtige Yealmrivier. Zelfs in de mist en drizzle, waarop we een paar dagen worden getracteerd, is die te genieten. Na Brixham en Exmouth doen we nogmaals Portland aan en bezoeken ditmaal het schiereiland zelf. Vandaar steken we over naar het kanaaleiland Alderney. De oversteek doen we bij gebrek aan wind op de motor. Nabij het eiland vernemen we via de marifoon een windverwachting van 7 beaufort uit het noordoosten. Zo’n wind blaast recht de baai van Alderney in, en alleen een gek gaat daar dan aan een boei hangen, aldus de Shellpilot. In lichte paniek roepen we de haven van Alderney op. De havenmeester raadt ons aan een meerboei te kiezen aan de oostkant van de baai. De voorspelling komt gelukkig niet uit.

baai alderneyDe dag erop wordt NW7 voorspeld. We besluiten de boot te verleggen naar een meerboei achter de gigantische muur die de baai van Alderney afschermt van de zee. Deze noordwestenwind komt wel, maar de plek is niet gunstig, want nadat de wind is afgenomen komt een deining de baai binnenlopen, die de boot heel hinderlijk doet rollen. Van slapen komt niet veel terecht. De havenmeester die de 20 ponden liggeld komt innen kent het merk Trintella. Hij meent dat de werf in Den Bosch ook snelle motorboten fabriceerde.  

Alhoewel Alderney een langer bezoek waard is, besluiten we na een rondwandeling langs de oever van het westelijke deel al weer af te varen naar het eiland Guernsey. De weersvoorspelling is de schuldige van dit snelle vertrek: we vrezen voor meer onrustige nachten. Na Guernsey bezoeken we de stad Cherbourg. De Vlaamse heren op hun stoere Fisher 37 die we daar ontmoeten, hebben de sprong naar de Scilly-eilanden evenmin gewaagd.

Seinebaai

Na Cherbourg bevaren we de baai van de Seine en doen diverse havens aan. We ontmoeten de Engelsman David, een kenner van het gebied, die erover schrijft voor het blad Yachting Monthly. Zijn 28-voets traditionele “gaffer” heeft een vaste ligplaats in de jachthaven van Carentan, want in zijn woonplaats Chichester aan de overkant van Het Kanaal is de marina vijf keer zo duur.  

Alweer ondervinden we belangstelling voor onze Trintella – nu van Nederlanders. In Deauville ontmoeten we een andere Trintella, een 45-voeter. Ik mag het royale interieur bewonderen. De familie bezocht de Scilly-eilanden wel, en beleefde er aan de meerboei windkracht 8. Die wind was uit te houden, maar dat gold niet voor de deining die de baai kwam binnenlopen nadat de wind was geluwd. “Alsof we in de branding lagen te rollen”, zo omschreven deze zeilers het drama. Het zit kennelijk niemand mee met die Scilly-eilanden!

Peter Rotte
Penningmeester