DOUBLE DUTCH ONTMAST IN NORMANDIË

2012-06-20 07 Brug open vanaf rechter oeverIn 2012 vertrokken wij, Riet en Siem Poot, op 4 juni met onze Trintella 42 van Hellevoetsluis naar Saint Malo. Onze zoon zou per auto daarheen met zijn gezin komen en terug varen en wij zouden met de auto een aantal kennissen in Bretagne bezoeken. De tocht ging via Blankenberge, Oostende, Duinkerke, Boulogne, Dieppe, Fécamp, Cherbourg en de kanaaleilanden. Weer en wind waren ons niet ongunstig gezind en omdat de controller van de stuurautomaat (autohelm ST 7000) het bij Dieppe begeven had zochten wij een tussenstop tussen Fécamp en Cherbourg. Wij ontmoetten een zeiler uit Zeeland die vertelde dat Ouistreham een goede mogelijkheid was en dat we vandaar via een 15 km lang kanaal naar Caen konden varen. Er waren 3 bruggen in dat kanaal die werden geopend door een over de wal meereizende bruggenwachter, vertelde hij. In de jachthaven na de sluis dus even informeren hoe laat we zouden moeten vertrekken.

We waren voor op ons vaarschema, dus waarom ook niet. Riet zou 3 dagen later jarig zijn zodat we in Caen haar verjaardag zouden kunnen vieren. Het liep anders. Aan het wachtponton voor de sluis bij Ouistreham vertelde een Franse zeiler dat de bruggen sedert 2 maanden op afstand bediend werden, maar voor de pleziervaart alleen open gingen volgens het oude openingsschema. Het beste zou zijn tot 16.00 uur te wachten in de jachthaven en dan naar de eerste brug te varen op plusminus 5 km van Ouistreham. Door het kanaal varen ook zeeschepen en het is ongeveer 100 m breed. We vertrokken iets later en zagen na een bocht in het kanaal de brug. Vlakbij de brug lag aan de wal al een zeilboot te wachten. Ik verhoogde de snelheid  tegen de zin van Riet die bang was voor de motor. Enige tijd later hoorden we de bellen van de slagbomen en even later ging de brug open. 

2012-06-20 01 Pegasusbrug2012-06-20 21 Bewaking brugDe wachtende zeilboot maakte zich los van de wal en passeerde de brug. Omdat de brugwachter even op ons zou moeten wachten keek ik naar de brug of ik hem zag bewegen.  Het regende, ik zag geen lichten maar meende dat de brug toch iets lager stond dan daarvoor. Ik keek nogmaals naar het draaimechanisme maar zag dat niet bewegen. Hij heeft mij in tweede instantie dus gezien, dacht ik, en ging op volle snelheid door waarbij ik mij concentreerde op de doorvaart langs het rechter bruggehoofd. Vlakbij gekomen keek Riet omhoog en riep: “hij is gezakt, je haalt het niet”. Ik weet nog dat ik dacht: “dat lijkt altijd zo als je vlak voor een brug omhoog kijkt”, maar Riet had gelijk. We raakten de brug met de mast. De voorkant van de boot kwam omhoog, vervolgens brak de voorstag en werd de verankering van de kotterstag uit het dek getrokken, de voorwanten braken en de mast viel achterover naast mij op de hekstoel aan bakboord. Met de val bleef de verstaging achter de radar hangen en trok die omver. Het vaste windscherm en de beugels van de kuiptent werden door het gewicht van de mast platgedrukt. Zelf stond ik min of meer passief achter het stuurwiel maar was door niets geraakt. Riet stond in de kuip aan stuurboord en voelde dat de beugels van de buiskap haar hoofd raakten. Ze was daardoor niet gewond. Dank zij onze vaarsnelheid kwamen wij met gevallen mast onder de brug door en daar beseften we pas goed wat er gebeurd was.

Vlakbij het bruggenhoofd was er een betonconstructie waar we afmeerden in afwachting van de autoriteiten. Die waren er redelijk snel omdat de brugbediening gevestigd bleek in het gebouw van de sluisbediening. De brugwachter verklaarde later dat hij alleen het wachtende zeilschip had gezien en ons niet had zien aankomen, maar dat hij ons wel met gevallen mast had gezien toen wij onder de neergaande brug uitkwamen. Hij had daar direct melding van gemaakt en ook de reddingsboot gewaarschuwd die toevallig aan het oefenen was.  Wat volgt is het verhaal vertellen aan de autoriteiten, papieren laten zien in de regen (men wilde niet aan boord komen). Vervolgens met de bemanning van de reddingsboot de mast zekeren en langszij van de reddingsboot (we hadden ook op eigen kracht kunnen varen) terug richting Ouistreham naar de kade van een jachtwerf.

2012-06-13 02  ravage op dek2012-06-12 16 Gevallen mast op kuiptentDe chef van de jachtwerf vertelde ons dat hij wel met zijn kraan de mast van het schip kon halen, maar dat we verder, in de zin van reparatie, niet te veel van hem konden verwachten omdat herstel van een dergelijke schade niet zijn specialisme was en hij ook geen tijd had met het oog op drukke werkzaamheden voor de op handen zijnde vakantie van zijn klanten. De volgende dag hebben wij alle verbindingen tussen mast en schip los gemaakt en is de mast met zeilen en al op schragen op de wal gezet. ’s Avonds heb ik de beugels van buiskap weer enigszins in vorm gebogen waarbij ik ze klem kon zetten tussen de banden en het frame van de kraan die op de kade stond. Ook het aluminiumprofiel van de vaste buiskap was weer in redelijke vorm te krijgen.De volgende dagen heeft Riet zich bezig gehouden met het ontmantelen van de mast en ik met het vaarklaar maken voor de terugreis op de motor.  

2012-06-12 13 Schade radar mast en AIS-antennesHet bleek dat de mast ter plaatse van de aangrijpingspunten van de onderwanten krom was geworden en ik stelde de verzekering voor de mast door te zagen en als deklast mee terug te nemen. Ik ging er vanuit dat we die toestemming zouden krijgen en bedacht een plan om met behulp van een aantal multiplexplaten van 20 mm dik, schroeven, afdichtingband en een decoupeerzaag het voordek waterdicht te maken en een aantal steunen te fabriceren ter ondersteuning van de masthelften.Op een paar bokken op de kade heb ik al het zaagwerk gedaan en Riet heeft veel energie in het schroefwerk gestoken. Toen het constructie werk klaar was en er stevig doorzichtig folie voor het gebroken glas van het vaste buisscherm was aangebracht, de beugel op de radarmast weer was rechtgezet en van een marifoonantenne en stoomlicht was voorzien, hadden we nog geen toestemming voor het doorzagen van de mast. Een extra email mocht niet baten. Dus gingen we eerst maar een stukje proefvaren en afscheid nemen van de brug.

De proefvaart bleek niet voor niets te zijn geweest. Gezien de vele motoruren die ons wachten had ik de impeller van het koelwatercircuit vervangen, maar nu bleek de afdichting te lekken. Na volledige demontage bleek de as ter plaatse van de afdichting beschadigd. Waarschijnlijk ooit te lang drooggelopen. Gelukkig was er een Volvo Penta-dealer aan de overkant van het kanaal, maar die moest de benodigde onderdelen bestellen. Na het weekend zouden ze aankomen.

Van de jachtwerf waar wij voor de kade lagen mochten we dat weekend een auto gebruiken en zo hebben een week eerder dan gepland onze kennissen in Laignelet toch bezocht. ’s Maandags de verzekering gemaild maar geen antwoord. Dinsdag waren de onderdelen van de waterpomp door de dealer in elkaar gezet en door mij gemonteerd en waren wij gereed voor vertrek. Dat opnieuw aan de verzekering gemaild met de vermelding dat de werf de mast tegen vergoeding wilde opslaan tot de verzekering hem zou komen halen. Eindelijk kregen we toestemming om de mast door te zagen, maar nu had de reparatiewerf eerst donderdagmorgen tijd. We hadden inmiddels wat kennissen opgedaan waaronder de commandant van de lokale reddingsbrigade. Hij was ook verantwoordelijk was voor de de afhandeling van de zeescheepvaart op het kanaal.’s Avonds kwam hij met zijn vrouw, en de gebruikelijke fles wijn, afscheid van ons nemen.

Vroeger namen wij op zeilvakanties altijd sigaren mee waarmee je bij menig havenmeester een goede relatie kon opbouwen. Tegenwoordig kom je bijna in elke haven alleen maar mensen achter een computer tegen en geen havenmeester, maar als je soms wat meer nodig hebt dan alleen een kaartje voor een ligplaats en de douche en dan goed geholpen wordt, verbeteren wij de relatie tegenwoordig met een kruik jenever. Ons gedwongen verblijf van bijna 2 weken voor de kade van de werf “Nauti-plaisance” hebben dank zij de goede menselijke kontakten toch als plezierig ervaren. Met een paar kruiken jenever minder, maar met een paar flessen wijn meer vertrokken wij op donderdag op de motor met twee halve masten als deklast richting Nederland.

Een zeilschip zonder mast gedraagt zich op zee heel anders dan met mast. Daar kwamen we gauw achter en wij besloten alleen te varen als er weinig golven waren. De wind was ons redelijk gunstig gezind en aflandig. Onder de kust is het dan prettig varen. Bij weinig wind is de kans op mist aanwezig. Uit Dieppe vertrokken we rond 10.30 uur met beperkt zicht. Het zal wel optrekken. Zonder radar maar met Ais en elektronische kaarten. Toch was het spannend, vooral toen we volgens de elektronische kaart keurig aan de stuurboordkant van het midden tussen de pieren voeren en alleen  de pier aan stuurboord zagen. Toen we in de box lagen kwam er een zeilboot binnen die dezelfde pier aan zijn bakboordzijde had gezien maar nog net op tijd door een ander was gewaarschuwd.

Verder waren er geen bijzonderheden en zo waren we na een week weer terug in Hellevoetsluis.
Onderweg bleek dat wij de schade optisch blijkbaar zo goed hersteld en verborgen onder het luik op het voordek dat wij diverse keren de vraag gesteld kregen of wij onderweg waren door de kanalen van of naar de Middellandse zee en hoe we daarna de mastdelen weer aan elkaar zouden zetten. Zelfs toen wij al 3 weken in de thuishaven lagen waren er mensen die niet door hadden dat er zoveel schade was.

Riet en Siem Poot

"CLOUD NINE" RONDOM ENGELAND

ImageHanny en Jan van Wijk maakten met hun Trintella 2a 'Cloud Nine'  in 2012 en 2013 een langere tocht. De tocht gaat tegen de klok in en door het Caladonische kanaal, om Engeland heen. Van hun reis doen zij verslag via hun website. De Cloud Nine heeft al vele reizen gemaakt en iedere keer is er een logboek bijgehouden door Hanny. Ook die zijn na te lezen bij het tabblad REIZEN op hun website.

U vindt de website op www.sy-cloudnine.nl 

NIEUWPOORT NAAR ZUID-BRETAGNE

ImageTheo en Peggy van Erp maakten met hun Trintella 42 'Double Dutch' in 2006 een zes weekse tocht naar Bretagne. Hier volgt hun verslag. Eerder verscheen het verslag in het jaarboek van de vereniging der Kustzeilers.

Vele jaren geleden zei een oud collega tegen mij dat als je tot je 65e door wilt proberen te werken, het verstandig is om elke paar jaar een wat langere vakantie te nemen. Twee keer eerder hebben we geprobeerd in vijf weken vakantie een reis te maken vanuit Nieuwpoort naar Zuid Bretagne. Beide keren is het mislukt door slecht weer in de eerste week of dingen waarvoor we naar Nederland moesten terugkeren in die vijf weken. Deze keer hadden we daarom zes weken gepland en zou ikzelf in de eerste week met vriend Henk de boot proberen na Brest te varen. Met die bedoeling vertrokken we dan ook op zondag 10 juni om 10:00 's ochtends onder een prachtige zon en een zwak noordoosten windje richting Duinkerken.

Tot de Trappegeer konden we nog zeilen maar dat bleek eerste gewin is kattegespin en zelfs onder spinaker bleek niet te zeilen. Van Duinkerken hebben we op de motor gevaren en om 9 uur s’avonds dus 11 uur later kwamen wij in Bolougne (60 mijl) aan. We hebben daar 8 uur geslapen en s’morgens om half vijf hebben we opnieuw losgegooid richting Cherbourg. De eerste uren varen we halve wind onder een prachtige zuidoosten wind kracht 5, in de middag werd het erg warm, daarna viel de wind weg en zelfs onder spinaker kwamen we niet meer vooruit. Weer hebben we vele uren gemotord en gedurende de nacht, met een alsmaar flitsende toren Barfleur die maar niet dichterbij wilde komen en een wind uit zuidwest kwamen we op dinsdagmorgen om 4 uur aan in Cherbourg.

Na daar aan het eind van de ochtend zowel water als diesel te hebben getankt zijn we rond 13:00 weer uitgevaren richting Guernsey. Daar zijn we rond 18:30 met veel stroom en op de motor tgv afwezig wind aangekomen. We waren toch wel wat vermoeid en hebben een rustpauze hebben genomen tot de volgende middag 13:00 uur toen de stroom ging meelopen richting Brest. We zijn met een prachtige noordoostenwind richting Brest gevaren en met de genua op de boom en de giek op de bulletalie liepen we maar liefst acht knopen op het log bij 15-20 knopen wind. Omdat Henk niet kon slapen kwam hij om 11:45 uur boven dek, net op tijd om een borrel in te schenken en te toasten op mijn verjaardag. Hij heeft spontaan “Lang zal hij leven” voor me gezongen. Rond de morgen kwamen we ter hoogte van de vuurtoren Le Four waar we nog een schrik ervaring hadden met een vol gas varende visser zonder uitkijk (we dachten eerst dat het een politieboot was die het op ons gemunt had) die op ram koers lag en het was voor ons moeilijk uitwijken met de genua op de boom en de talie op de giek. Dankzij een snelle klapgijp toen de talie eenmaal los was liep het op enkele meters goed af.

In Het Chenal du Four hadden we wind mee en stroom tegen maar desondanks vlak water. Eenmaal de kop om richting Rade de Brest kregen we zeer forse stroom tegen waardoor we over de laatste 13 mijl nog 4 uur hebben gevaren. Op donderdagmiddag 13 uur  maakten we vast in de Marina Du Moulin Blanc in Brest. In 4 dagen en 3 uur, 385 mijl in 65 uur varen waarvan 38 op de motor is 6 knopen gemiddeld, niet slecht.

Image 

Na enig zoeken en weinig behulpzame havenmeesters hebben we toch een plek gevonden waar we de boot voor enkele dagen konden achterlaten. Vanuit Nederland had mijn echtgenote een huurauto geregeld waarmee we de volgende ochtend naar Nieuwpoort zijn vertrokken, waar wij nog net voor de start van de wedstrijd Ivoorkust-Argentinie zijn aangekomen. Op zaterdag en zondag zijn mijn vrouw en ik via vele kleine plaatsjes in Normandie teruggereden naar Brest. Op maandag tegen west 5 in naar Camaret gemotord, alwaar we de eerste kustzeiler de Bold Black Bear ontmoetten. Diens vakantie werd beperkt door de datum waarop de drietand van augustus moest uitkomen.

Op dinsdag een mooie zeiltocht , de eerste tussen rotsformaties door, kort rond het schiereiland naar Douarnenez. Nog geen passanten daar, dus een prachtig plekje in de haven en we wennen snel aan het Franse leefritme en voedsel. Alleen voor de voetbalwedstrijd Nederland – Argentinië moesten we ver lopen, die was voor de Fransen niet interessant en mijn meegenomen schotelantenne wilde bij laagwater geen satelliet zien. Ik ga het ding weer verkopen want het is veel te omslachtig. Slechts éénmaal heb ik goed beeld gehad.

De tocht twee dagen later via de Raz de Sein naar Audierne bij een mooie zon en 12 kn NW wind had me tevoren zorgen gebaard maar ondanks maximale stroom was het rustig water. Met afgaand water wilde ik in Audierne toch graag naar de jachthaven de rivier op maar ondanks dat het pas 3 u na HW was hebben we vlak langs de muur de dieptemeter tweemaal op 0 onder de kiel gehad. Toen we s’avonds in de kuip zaten te eten was er opeens herrie op het water en toen we omkeken was vlak achter de boot op de ondiepe rivier een levensgrote dolfijn die een ware Dolfinarium act op voerde, eerst rechtop op zijn staart en later enkele buitelingen , waarna hij naar een steiger zwom, op zijn rug ging liggen en zich door mensen over zijn buik liet wrijven. De vaste liggers in de haven kenden hem, ons leek dit meer een ontsnapte gedresseerde dolfijn.

Op 23/6 met 5 kn SW wind 3uur voor HW losgemaakt en probleemloos vertrokken naar Loctudy. Daar aangekomen een moeizame afmeersituatie gehad omdat we niet in de gaten hadden dat de jachthaven dwars op de rivier lag en er een forse stroom doorheen liep. De volgende dag naar Concarneau waar we erg van gecharmeerd waren. Na het stadsbezoek de bootsleutels kwijt, gelukkig waren ze in het restaurantje waar we s’middags gezeten hadden gevonden.

Toen we de volgende dag naar Ile de Groix wilden gaan trof ons het eerste malheur, in de havenuitgang hadden we al koelwater op kooktemperatuur. We draaiden direct om alhoewel de temperatuur daarna terugliep. Later bleek echter alle koelvloeistof weggelekt door een losgekomen slang aan het expansietankje, dus maar goed dat ik me door de schijnbaar weer goedstaande meter niet had laten bedotten. Reparatie was binnen een halfuur gelukt. Daarna alsnog uitgevaren. De buitenhaven van Port Tudy lag bij aankomst propvol Engelsen en Nederlanders. De opgeroepen havenmeester gaf aan dat hij in het dok plaats had. Toen de volgende morgen de andere gasten uit het dok vertrokken hadden wij als enige passant een perfecte plek in de binnenhaven. Waarom niemand erin wilde terwijl het buiten mudvol lag begrijp ik nu nog niet. Een hele dag gefietst, een keer vies gevallen op een grindpad en benen en armen fors verbrand door de zon. Op 28/6 naar Belle Ile gevaren waar we prima werden ontvangen en geholpen om in de buitenhaven voor aan een mooring en achter aan de kademuur vast te maken.

ImageGezien het rustige weer en deze feeërieke plek vonden we het s’avonds niet nodig naar de binnenhaven te verkassen. Later bleken daar ook nauwelijks faciliteiten te zijn. Hier hebben we een dag een Mehari (gevoel van studententijd kwam weer terug) gehuurd waarmee we het eiland hebben verkend.

Mn havenplaats Sauzon sprak ons erg aan, hier komen we nog eens met de boot. Van Belle Ille naar Quiberon – Port Haliguen door de Passage de Teignouse, leek op papier heel spannend maar bleek bij nader inzien zeer ruim , goed betond en ook buiten de geul overal diep genoeg te zijn. Dit was ons verste vakantiepunt, 555 mijl gevaren. Na twee zeer hete dagen en een spannende wedstrijd Frankrijk-Spanje op een terras tussen de Fransen begon de terugreis op 2/7 naar Lorient. Onderweg kwamen we de eerste grote dolfijn in open water tegen, op 50 m afstand sprong hij tweemaal hoog uit het water en dook toen onder de voorpunt van de boot door om daarna aan de oppervlakte rustig weg te zwemmen zodat we zijn rugvin nog geruime tijd konden volgen. We zijn in Lorient doorgevaren naar de oude jachthaven midden in het centrum, maar ondanks dat was, in deze volledig na de oorlog herbouwde stad, niets te beleven noch te bezichtigen.

ImageDe dag erna zonder wind naar Benodet gemotord. Een prachtige toeristische plaats met aan weerszijden van de rivier jachthavens en overal moorings. We kozen voor de haven aan stuurboord, het plaatsje Benodet zelf met prachtige oude villa’s, veel groen en mooie stranden. Wel weinig aanlegplaatsen voor passanten terwijl het bulkt van de Engelse jachten.

Op 4/7 met een fantastische SW wind 25kn naar Audierne gezeild tot 1 uur voor de haven de wind ineens weer weg was. We wilden deze keer de rivier niet meer op, dat hadden we nu wel gezien. In de baai een mooring opgepikt en s’avonds petoncles gekookt die we s’morgens in Benodet hadden gekocht. Die nacht hebben we slecht geslapen omdat het bij opkomend water erg lag te rollen. De dag erna maar vroeg vertrokken met een grijze hemel , windstil en motregen naar Camaret. Later op de dag brak de zon door en bij goed zicht zijn we vlak voor de rotsen langs om de westelijke en daarna noordelijke punt van Camaret gevaren. Hier hebben we genoten van de wedstrijd Frankrijk-Portugal in een Ierse pub, en daarna een dagje rust ingelast. Op 7/7 om 07 uur vertrokken bij regenachtig weer en W3. Eerst op motor en grootzeil tot Pointe Mathieu waarna we hoog aan de wind verder konden en na Le Four steeds ruimer gingen varen. Hier begon de door ons wel wat gevreesde rotsige noordkust van Bretagne.

ImageDe aanloop van L’Aberwrach was goed te doen en waar we dachten primitief aan een mooring te moeten liggen troffen we een prima jachthaventje. Na wat moeizaam aanleggen vanwege de stroom op de rivier wachtte ons na enkele uren een krachtproef, want bij hoogwater vetrok de Dinky Toy ( ex-kustzeiler) en konden wij zijn box nemen. Nogal wat sterke mannen hadden hun handen vol om onze 13 tonner op de goede plek te krijgen bij zoveel stroom. Behalve enkele restaurants is er bij de rivier niet veel (s’avonds perfect gegeten bij Bressig, een aanrader) en dus maar het binnenland ingewandeld waar we na lang zoeken en vragen uiteindelijk een kruidenier vonden. Helaas voor ons was er s’avonds een soort disco in een tent op de haven, dus de nachtrust was beperkt.

ImageOp 8/7 om 09 uur vertrokken bij prachtig maar volstrekt windstil weer. Alhoewel we Trebeurden al van ver konden zien liggen was de invaart met alle rotsen en de smalle ingang tussen de palen en met de drempel toch spannend. S’avonds in een restaurant naar de finale van de WK gekeken en met een kater vanwege het verlies en de kopstoot van Zidane terug naar de boot. Bij de haven gekomen zagen we mensen over de stenen dam lopen die de haven omsluit. Mi levensgevaarlijk in het donker op die gladde stenen. We dachten al aan suïcidale Fransen, maar er bleek een Bavaria van een Nederlandse Zeezeilschool, varend onder Maltese vlag op de drempel te zijn blijven hangen, waardoor het sluitmechanisme niet goed kon functioneren en er dus wat weinig water in de haven stond. Toen we de volgende dag opstonden lag de boot al keurig aangemeerd en bleek en nauwelijks schade te zijn.

Omdat we nog wat reserve tijd wilden hebben voor eventueel slechter weer gaan we niet verder de baai van St. malo in, maar op 10/7 in een ruk ( 70 mijl) naar Guernsey. Om 6 uur losgegooid met ZO 3 en alles klaargelegd om te spinakeren, echter na kort tijd draait de wind naar Z en later ZW en neemt af tot 6 kn. Dus wordt het weer motorvaren. Om 18 uur maken we vast in Peter Port en omdat het buiten bomvol ligt gaan we in de binnenhaven liggen waar we aan SB nog een mooi plekje ( twee dik) vinden. De volgende dag even naar buiten om te tanken en weer terug. Bij aanleggen aan het tankponton spring ik waarschijnlijk te gehaast en beland tussen ponton en schip. Ik kon we wel direct aan het ponton vastgrijpen maar hab toch hulp van twee mannen nodig om er weer op te komen. Eerst maar droge kleren aangedaan alvorens te tanken.

Op 12/7 bij prachtig weer en eerst op de motor, na Cap La Hague onder zeil naar Cherbourg gevaren. Op 13/7 willen we van Cherbourg naar St. Vaast . Alweer op de motor varen we rustig tussen Cherbourg en Barfleur als mijn echtgenote mij naar buiten roept. Ze had de autopilot even afgezet om een visvlaggetje wat ruimer te kunnen ronden maar ondanks dat huppelt de joon met het vlaggetje op een vijftien tal meter vrolijk achter ons aan. Ik zie drie lijnen onder het schip uitkomen. Vanaf de zwemtrap snijd ik de eerste door, en met een enorme plop komt een felgroene skippybal van ¾ meter doorsnede onder de boot vandaan. Bij de tweede lijn verwijdert zich de joon en bij de derde vliegt ook de skippybal weg. Hoe dit spel gezeten heeft snap ik niet, maar op een dunne rode lijn na is alles weg. Aangekomen in St. Vaast ga ik in het water en kan hangend aan de zwemtrap de rode lijn verwijderen die tussen het roerscharnier vastzat. Twee dagen liggen we verwaaid als de wind naar de noordhoek draait en twee dagen 8 is. 

ImageOp 16/7 is de wind O 12 kn en kunnen we richting Fecamp het eerste stuk zeilen. De wind gaat steeds meer richting NO en we gaan te laag uitkomen om Cap Antifer te kunnen ronden. De laatste uren moeten we met tegenstroom nog motoren. Dit schiet niet goed op, het schip trilt wat en loopt langzamer dan we gewend zijn maar we schrijven het toe aan de wind op kop en stroom tegen. Om 01:30 s’nachts maken we als dieven in de nacht vast in een overvolle haven in Fecamp. 12 uur over 65 mijl viel toch nog mee. Als we echter op 17/7 van Fecamp naar Dieppe motoren met O 3 en stroom mee merken we hoe het stuurwiel trilt. Alles in de boot rammelt en kastdeuren gaan spontaan open. We besluiten dan ook dat toerental aan te houden waarbij het trillen het minst is en komen na 5 uur varen rond 17.00 uur aan. Bij vastmaken aan de havenmeester direct gevraagd een duiker te bestellen aangezien manoeuvreren in de haven niet lukte. Rond 19 uur kwam die en tot ongerustheid van mijn echtgenote (die dacht dat de man vast onder water onwel moest zijn geworden) bleef hij 20 min weg en kwam toen boven met een enorm kluwen touwen die onze maxprop schroef hadden geblokkeerd. Hij verklaarde dat de schroef het weer goed deed en niets was beschadigd.

Die bleken we daarna ook nog hard nodig te hebben, want met het naderen van het hoge drukgebied wat nog steeds boven noord Europa hangt blijft de wind strak noordoost en dus motoren we op 18/7 tegen 15 kn NO in bij 32 gr C richting Boulogne. Eerst nog geprobeerd te zeilen maar we worden zover richting kust weggezet dat we besluiten het dan maar op de motor te doen. Na 10 uur komen we vervolgens s’avonds om 22 uur in Boulogne aan waar de haven propvol Hollanders ligt, waarvan we overal het antwoord krijgen dat er van de havenmeester niemand meer aan hen mag vastmaken vanwege de stroom. Toen maar gevraagd aan een grote klipper (we dachten eerst aan de vlag te zien dat het de “Stad Amsterdam” was, maar later bleek het het zusterschip de “Mercedes” te zijn) of we aan hen mochten vastmaken. Na wat schuiven om niet met onze mast (20,5 m) in hun ra-lijnen te blijven hangen lagen we goed. We konden wel niet de wal op, maar we wilden toch de volgende morgen al vroeg weg en het was tenslotte gratis. Echter een half uur later waren er weer 3 aan ons en nog eens twee kleinere achter ons komen liggen zodat het de volgende morgen om 05 uur nog even duurde om ertussenuit te kunnen aangezien we vanwege de ra’s niet vooruit weg konden.

ImageDe laatste dag naar onze thuishaven Nieuwpoort hadden we weer schitterend weer 12 kn O wind en konden we prachtig zeilen tot Griz Nez waarna de wind aantrok tot 25 kn. Reden om voor het eerst deze vakantie en rif te steken. Ter hoogte van Calais was het echter niet meer bezeild en zijn we met motor en 2x gereefd grootzeil naar Nieuwpoort gevaren waar we om 15:00 arriveerden bij snikheet weer. Vreemd genoeg was boven land weinig wind en voor het eerst deze vakantie was s’nachts slapen moeilijk tgv de hitte.

We hebben een onvergetelijke vakantie gehad. De boot heeft in die 6 weken 1088 mijl op het log en 1112 op de GPS afgelegd, dus een goede tweehonderd uur gevaren, terwijl de teller 150 motoruren aangaf. Dat hoort blijkbaar bij een mooie zomer.

Theo van Erp
Trintella 42, Double Dutch